Stand van zaken eEvidence

Op 22 april organiseerden NBIP, Dutch Cloud Community en de VvR een kennissessie over eEvidence in Utrecht. Met eEvidence kunnen bevoegde autoriteiten van EU-lidstaten straks rechtstreeks elektronisch bewijsmateriaal opvragen bij aanbieders van digitale diensten in andere lidstaten. De reactietermijn gaat daarbij terug van 120 dagen naar 10 dagen, of zelfs 8 uur in urgente gevallen.

Het eEvidence pakket bestaat uit twee componenten: een Europese verordening en een richtlijn. De verordening werkt rechtstreeks vanaf 18 augustus 2026 en hoeft niet omgezet te worden in nationale wetgeving. De bepalingen uit de richtlijn moeten wel in nationale wetgeving worden omgezet.

De nationale wetgeving (uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal), ligt op dit moment bij de Tweede Kamer. Het lijkt er niet op dat deze uitvoeringswet voor 18 augustus 2026 is aangenomen. Dit betekent echter niet dat de verordening niet van kracht is per 18 augustus 2026!

Organisaties moeten zich sowieso registeren in het registratieportaal, waarbij de aanvraag wordt gevalideerd door Autoriteit Consument en Markt (ACM), die in Nederland toezicht zal houden op de naleving van de uitvoeringswet.

Uit het panelgesprek tijdens de kennissessie bleek dat als er geen registraties hebben kunnen plaatsvinden, de richtlijn nog niet is geïmplementeerd of de API nog niet werkt, dat Nederland nog niet kan voldoen aan eEvidence-bevelen. Er moet volgens het ministerie van J&V dan een plan-B in werking treden, maar de invulling daarvan is nog onbekend. Wel blijft het huidige Europese Onderzoeksbevel (EOB) bestaand zodat bevoegde autoriteiten van EU-lidstaten via die weg elektronisch bewijsmateriaal kunnen opvragen.

Meer informatie over de kennissessie en de laatste stand van zaken vind je in het artikel van NBIP. In het najaar organiseert NBIP in samenwerking met de VvR en DCC een vervolgkennissessie over dit onderwerp. Hopelijk is er dan meer duidelijkheid. De VvR houdt registrars vanzelfsprekend ook op de hoogte.

Scroll naar boven